Brandweeronderwijs
Onderwijskundigen én vakmensen breken zich al decennialang het hoofd over de onderwijskundige inrichting van het brandweeronderwijs. Laat ik maar bij mezelf beginnen. Toen ik eind vorige eeuw als onderwijskundige bij de Brandweeracademie aan de slag ging, kon ik direct volop mee gaan discussiëren over de effectiviteit van het toenmalige brandweeronderwijs. En die discussie was niet vrijblijvend, want in het eerste decennium van deze eeuw gingen de brandweeropleidingen volledig op de schop. We maakten een omslag van modulair en ranggericht naar functie- en competentiegericht opleiden, in navolging van het regulier beroepsonderwijs.
Door Rijk Hofman, onderwijskundige, psycholoog en projectleider vakbekwaamheid bij de Brandweeracademie (IFV).
Onderwijsvernieuwing
Dankzij de invoering van een elektronische leeromgeving hebben we het brandweeronderwijs inmiddels ‘blended’ kunnen maken, waardoor we de ‘classroom kunnen flippen’. Opvallend is wel dat met alle digitale mogelijkheden om les- en leerstof sneller te kunnen ontwikkelen en verspreiden, de behoefte aan thematisch, modulair onderwijs weer toeneemt. Het blijkt nog niet zo gemakkelijk te zijn om kennis in functiegerichte brokken aan te bieden. Want wie bepaalt wat iemand moet weten van het brandweervak? Op internet trekt niemand zich iets aan van het toch al subtiele onderscheid tussen ‘need to know’ en ‘nice to know’. Het past niet in ons digitale tijdperk om iemand af te sluiten van e-modules in de ELO Brandweer, omdat die modules niet voor zijn of haar functie zijn bedoeld. En zo ondergraaft blended learning onbedoeld het functie- en competentiegerichte brandweeronderwijs. Overigens had de latere minister Dijsselbloem met zijn parlementaire Onderzoekscommissie over de onderwijsvernieuwingen in het voortgezet onderwijs al in 2008 vastgesteld dat het nieuwe leren, waaronder competentiegericht onderwijs, wetenschappelijke onderbouwing mist en ook niet kan bogen op eenduidige resultaten. Hadden we met dit onderzoek in het achterhoofd het brandweeronderwijs wel competentiegericht moeten maken? Jij mag het zeggen.
Patroon
Ik steun het streven van de Brandweeracademie om het brandweeronderwijs samen met het veld in de pas te laten lopen met actuele maatschappelijke en technische ontwikkelingen. Al was het maar omdat de reguliere opleidingen van brandweervrijwilligers voor hun hoofdberoepen ook met de tijd meegaan. Maar toch knaagt er iets en dat is precies de reden dat ik het actieleren enthousiast omarm. Want er zit een rotsvast patroon in alle kritiek op het brandweeronderwijs die ik in mijn inmiddels meer dan 20-jarig dienstverband bij de Brandweeracademie tegen kwam. En dat patroon is dat we er nog steeds onvoldoende in slagen om het brandweeronderwijs optimaal te laten aansluiten bij de praktijk van de incidentbestrijding. Brandweermensen in opleiding leren nog steeds te weinig oplossingen voor praktijkvraagstukken. En krijgen in hun opleiding nog steeds veel meer kennis aangeboden dan waar diezelfde praktijk om vraagt.
Actieleren en brandweeronderwijs
En nu naar de kern van mijn betoog. Actieleren is in essentie niets anders dan mensen leren om de antwoorden te vinden op de vragen zie ze zelf stellen. Met als doel om een praktijkvraagstuk samen met betrokken collega’s op te lossen. Deelnemers aan actieleren zijn zowel eigenaar van de vraag als van het antwoord. Actieleren maakt vakmensen verantwoordelijk voor hun eigen vak en daagt hen uit om zowel individueel als in teamverband steeds sterker te worden. Ze leren zowel het ‘hoe’ als ‘waarom’ van bepaalde vakkennis en vinden ‘en passant’ ook nieuwe oplossingen uit, waarmee ze kennis toevoegen aan hun vakgebied.
Nu het goede nieuws. In het nieuwe brandweeronderwijs komt het accent meer en meer op de leervragen van de deelnemers te liggen. Ook krijgt de manier waarop ze aan het antwoord zijn gekomen, dus de onderbouwing van de oplossing, steeds meer de plaats die deze verdient. We streven ernaar om dit element ook in brandweerexamens beter uit de verf te laten komen. In de derde plaats besteedt het brandweeronderwijs meer dan ooit aandacht aan de persoonlijke ontwikkeling van de deelnemer. Docenten en instructeurs leren hoe zij de deelnemer op pedagogisch-didatisch verantwoorde manier een spiegel voor kunnen houden. Zodat die via een voortdurende reflectie op het eigen leerproces aan zijn of haar vorming kan werken, met kennis, houding en gedrag als knoppen om aan te draaien. Op den duur houdt de deelnemer zelf de leerspiegel vast; collegiale feedback doet de rest. Deze persoonlijke reflectie is een kroonjuweel van het competentiegerichte leren die gelukkig niet in de vuilnisbak van de onderwijsvernieuwingen is gegooid.
“Actieleren is in essentie niets anders dan mensen leren om de antwoorden te vinden op de vragen zie ze zelf stellen”
Rijk Hofman
Beginnen bij de vragen van vakmensen zelf, hen eigenaarschap over het leerproces en vakgebied geven en hen voortdurend laten reflecteren op de eigen ontwikkeling zijn drie centrale kenmerken van actieleren. Maar het is nog niet zo eenvoudig om die actieleerprincipes in het brandweeronderwijs in te voeren. Want dat initiële onderwijs (het zogenoemde vakbekwaam worden) gaat immers noodgedwongen nog altijd meer uit van vooraf vastgestelde leerdoelen dan van de leervagen van de deelnemers. Ook moeten antwoorden op leervagen en oplossingen van praktijkopdrachten voldoen aan de formele les- en leerstof die op zijn beurt is afgeleid uit de huidige stand van zaken in het vakgebied. Aan die uitgangspunten willen we als Brandweeracademie niet tornen, want we staan voor ons vak.
Actieleren en lerend vermogen
Gelukkig biedt de blijvende vakbekwaamheid van brandweermensen een prachtige proeftuin om het actieleren bij de brandweer te ontplooien. Na bestudering van het gedachtegoed van o.a. Greg W. Revans, de geestelijk vader van action learning, liet deze benadering van ‘leren in de praktijk’ mij niet meer los. In 2017 en 2018 heb ik samen met collega’s van de Brandweeracademie en van de veiligheidsregio’s Hollands-Midden, Gooi- en Vechstreek, Gelderland-Zuid en VNOG een eerste actieleerproject mogen doen: werken met O-bundels. Wat we in dat project hebben geleerd proberen we nu met drie van deze regio’s en daarnaast ook de regio IJsselland te benutten in het actieleerproject Actieleren met de Smokestopper. Met Brandweernet als eigentijds platform om de resultaten van dit project met heel brandweer Nederland te delen.
Wat maakt actieleren nu zo geschikt voor de ontwikkeling van het lerend vermogen van brandweermensen, brandweerploegen en brandweerkorpsen? Dus in het speelveld dat we vaak blijvende vakbekwaamheid noemen? In de eerste plaats zijn de leervagen van reeds opgeleide vakmensen niet afhankelijk van formele leerdoelen en leerstof. Hun leervragen ontspruiten rechtstreeks aan de uitoefening van hun vak in de praktijk van de incidentbestrijding. Er is geen lesboek nodig om brandweermensen in functie goede vragen te laten stellen.
Actieleren en innoveren
In de tweede plaats zien we dat het brandweervak als gevolg van maatschappelijke ontwikkelingen en technische innovaties steeds sneller verandert. Met name vrijwilligers hebben geen tijd om al die ontwikkelingen via bijscholingen te volgen. Neem de energietransitie. Waar moeten veiligheidsregio’s beginnen om hun hulpverleners in deze ontwikkeling mee te nemen? Bij elektrische auto’s, buurtbatterijen, zonnepanelen of windmolens? Of bij de achterliggende principes en daarmee algemene risico’s van energievormen zoals elektriciteit en waterstof? Laten dit nu net twee mooie voorbeelden van praktijkvraagstukken zijn waarmee een regionaal actieleerproject ‘Energietransitie’ kan starten. Begin maar gewoon door aan de ploegen op een kazerne te vragen welke voorbeelden van energietransitie zij in hun verzorgingsgebied tegenkomen en welke specifieke risico’s die bij een incident met zich mee kunnen brengen. Of vraag ze eerst welke vragen de energietransitie in hun eigen brandweerwerk bij ze oproept. Dat is nog meer in de geest van actieleren. Door bij elke ontwikkeling die relevant is voor het brandweervak te beginnen bij de vragen van vakmensen zelf, voorkomen we dat we vragen beantwoorden die we alleen zelf stellen. Voor de beantwoording daarvan hebben onze brandweercollega’s helaas onvoldoende tijd.
Actieleren is ook een natuurlijke manier om de wenselijkheid en haalbaarheid van innovaties te onderzoeken en die met voldoende draagvlak in te voeren in het brandweerkorps. Want actieleren begint immers bij de vragen die de innovatie bij de gebruikers zelf oproept en daarmee op de werkvloer zelf. Innovaties stranden nogal eens omdat alleen de directie ze wil of omdat het management bij de invoering ervan te veel voor de gebruikers denkt. Door actieleren als innovatiemethode te kiezen, kunnen organisaties zich voor deze valkuilen behoeden.
Actieleren doen we samen
Ik ken veel brandweermensen als doeners, zonder de dromers, denkers en beslissers te kort te willen doen. Doeners lossen een probleem het liefst op door de eerste de beste oplossingsrichting die bij ze opkomt direct uit te proberen. Actieleren biedt hiervoor alle ruimte en sluit daarom uitstekend aan bij de actiegerichte brandweercultuur. Maar actieleren zet hier geen punt. Juist in de reflectie op een oefening of incident zit de kracht van het actieleerproces als aanjaagverband voor continue ontwikkeling en verbetering. We zien nu al bij het leren van incidenten en het evalueren van oefeningen dat de doeners, dromers, denkers en beslissers elkaar nodig hebben om de leermomenten evenwichtig te analyseren, onderbouwen en formuleren. Zodat die leermomenten bij een volgende inzet of oefening ook echt leiden tot een beter doordacht en uitvoerbaar handelingsperspectief. Actieleren doen we samen!
Actieleren en vaktheorie
Tot slot ruim ik graag nog een misverstand uit de weg. Actieleren gaat niet alleen over vragen stellen en reflecteren. Ik hoor nogal eens dat actieleren een streep door theorieonderwijs zet. Maar het tegendeel is waar: actieleren zet juist een streep onder instructie in vaktheorie. Revans benadrukte al dat actieleren alleen betekenis heeft omdat we met de antwoorden die de praktijk ons aanreikt voortborduren op reeds bestaande vakkennis. In de brandweerkunde staan we op de schouders van voorgangers die hun kennis via onderzoeksrapporten, boeken, lezingen en trainingen expliciet hebben gemaakt. Met actieleren zorgen we ervoor dat dit geen gestolde kennis blijft, maar dat die antwoorden biedt op actuele vragen van vakmensen.
Soms is er eerst een basale instructie in vaktheorie nodig om ervoor te zorgen dat vakmensen op het spoor van zinvolle vragen worden gezet en niet het wiel opnieuw gaan uitvinden. Ook dat is actieleren. In de formule van Revans:
Actieleren = P + Q + R
De P staat voor geprogrammeerde instructie, de Q voor vragen stellen en de R voor reflectie.
Hopelijk heb ik met deze blog jouw interesse voor actieleren bij de brandweer gewekt. Houd dit actieleerkanaal op Brandweernet in de gaten om antwoorden op jouw actieleervragen te krijgen en te leren van actuele actieleerprojecten bij de brandweer. Hiervoor heb ik ook jouw hulp nodig. Heb je nu al vragen over actieleren? Stel die dan aan mij, dan probeer ik jou aan een antwoord te helpen. En je mag ook altijd contact met me opnemen wanneer je een concreet idee over actieleren bij de brandweer in jouw eigen regio hebt. Ik help jou graag om jouw idee een stap verder te brengen. Mail jouw vragen of actieleeridee maar naar rijk.hofman@ifv.nl. Bellen met 06-57561791 mag ook.

